Eugen Klein GmbH   Gelenkwellen Klein Gelenkwellen
    Start Technische richtlijnen Richtlijnen voor het juist hanteren van aandrijfassen
Deutsch (Deutschland)English (United Kingdom)French (Fr)Italian - ItalyNederlands - nl-NLEspañol(Spanish Formal International)Russian (CIS)
Klein Gelenkwellen
Richtlijnen voor het juist hanteren van aandrijfassen

Waar draaiende aandrijfassen een bron van gevaar vormen, zal er door de gebruiker passende veiligheidsmaatregelen getroffen moeten worden zoals beschermingspanelen of afdekkingen. Informatie hierover kunt u vinden in de  UVV kraftbetätigte Arbeitsmitel ( VBG5 )

Om, bij eventuele aandrijfasschade, beschadiging aan komponenten ( uitvalgevaar ) en beschadiging aan brandstof-rem-hydrauliek en elektrische leidingen ( brandgevaar )  te voorkomen moeten deze zo veel mogelijk beschermd  of verlegd worden.

In geval van reiniging mogen er geen agresssieve chemische middelen gebruikt worden. Bij het gebruik van een hogedrukreiniger mag er niet rechtstreeks op de dichtingen gericht worden, wegens het eventueel binnendringen van vocht en vuil. (vermindering van levensduur!)

De met kunststof uitgevoerde onderdelen moeten tegen hoge temperaturen, chemische oplosmiddelen alsmede mechanische beschadigingen beschermd worden.

De aandrijfassen die kompleet geleverd worden zijn nauwkeurig gebalanceerd; deze voldoen aan Balanceerkwaliteit G16 volgens DIN ISO 1940, in uitzonderingsgevallen G40.

De status van een aangeleverde aandrijfas mag niet of alleen in overleg met de Fa. Klein veranderd worden, omdat anders de gedocumenteerde eigenschappen van een aandrijfas niet meer gegarandeerd kunnen worden.

1.1 Transport en opslag van aandrijfassen

Het transport en opslag moeten op een zodanige wijze worden uitgevoed dat geen stoten en klappen op de aandrijfas en kruikoppelingen inwerken en dat de aandrijfaspijp niet beschadigd wordt. Daardoor wordt de balanceerkwaliteit slechter.

Het transport kan het beste op horizontale wijze uitgevoerd worden (figuur 1). Bij vertikaal transport moet met een daarvoor geschikte beveiliging het uit elkaar vallen van de aandrijfasdelen verhinderd worden.

Figuur 1

Bild 1: Transport

Hierbij en bij het kantelen van de gaffels ontstaat verwondingsgevaar.

Bij kraantransport wordt voorgesteld een kunststofkoord of riem te gebruiken, zoals bij de getoonde transportwijze.

De aandrijas mag nooit gedraaid worden m.b.v. een sleutel of stang in de gaffel, daar dan de lagerafdichtingen beschadigd kunnen worden.

De orginele KLEIN-emballage is slechts voor verzending en kortstondig opslag bestemd. De opslag moet in een droge en voor weersinvloeden beschermde ruimte plaatsvinden

De opslag van aandrijfassen moet bij voorkeur horizontaal geschieden, omdat daardoor het omvallen van de assen en de daaruit voortkomende beschadigingen vooraf voorkomen worden.

Aandrijfassen nooit direct op de grond leggen, maar indien mogelijk op houten stellages opslaan. Bij langdurig opslag moeten de blanke metaaldelen op corrosie gecontroleerd worden en eventueel met een corrosie -beschermmiddel nabehandeld worden

1.2 Het inbouwen van de aandrijfassen

Voor het inbouwen van de aandrijfassen moeten alle flensoppervlakten grondig van corrosie-beschermmiddel en vet ontdaan worden. De flensoppervlakten moet vrij zijn van beschadigingen, om zetting en centreerfouten te vermijden.

De opgelaste balanceerplaatjes mogen onder geen beding verwijderd worden. Omdat de aandrijfas met pijp en gaffels gezamenlijk gebalanceerd worden, mogen ook de gaffels van verschillende assen niet uitgewisseld worden.

De gaffels1 en 2 (figuur 2) moeten in de juiste stand ten opzichte van elkaar staan, zodat de door de eerste kruiskoppeling ontstane oneenparigheid van de draaibeweging door de tweede kruiskoppeling opgeheven wordt. De gaffels moeten in een vlak liggen, slechts in uitzonderingsgevallen zijn ze bewust in een bepaalde hoek ten opzichte van elkaar verdraaid. De juiste stand is altijd door pijlen op de aandrijfas gemarkeerd. De aandrijfas moet zodanig in elkaar gestoken worden dat de pijlen tegen over elkaar staan. Indien de aandrijfas foutief in elkaar steekt, dan versterkt de tweede kruiskoppeling de oneenparige loop van de eerste koppeling; de aandrijfas loopt dan onregelmatig, maakt herrie en vertoond grotere slijtage.

Figuur 2

Bild 2: Stellung der Gabeln

De aandrijfassen moeten dusdanig geplaatst worden, dat de schuifstukafdichting zoveel mogelijk beschermd wordt tegen vuil en vocht. In de regel betekend dit een inbouwsituatie volgens onderstaande schets (figuur3), waarbij de afdichting naar benenden gericht is, zodat eventueel opspattend water van de afdichting afloopt.

 

Figuur 3 Figuur 4
Bild 3: Eibau der Gelenkwelle Bild 4: Anschlußflansch

De hoge balanceerkwaliteit van de aandrijfas heeft dan slechts zin als beide aansluitflensen, aan welke de aandrijfas bevestigd wordt, goede rondloop-eigenschappen hebben, zowel in radiale als axiale richting. Bovendien moet de radiale lagerspeling en de speling tussen centreerrand van de aansluitende flens en de pasrand van de aandrijfasflensen klein zijn.

Zie onderstaande tabel voor richtlijnen voor de toelaatbare axiale- en radiale slag en benodigde maattoleranties voor de centreerrand van de aansluitflens Ø D (Figuur 4).

Astoerental
n [min-1]
Axiale slag
P [mm]
Radiale slag
R [mm]
Centreerand
t
500
1500
3000
5000
0,1
0,07
0,05
0,03
0,1
0,07
0,05
0,03
h8
h7
h6
j6

Om de kruissleufvertande flensen te kontroleren kan een nauwkeurige meetflens aangeschroefd worden.

Om montage problemen te voorkomen moeten voor het vervaardigen van de boutgaten in de flens de volgende toleranties aangehouden worden.

Steekcirkel ±0,1 mm
Ligging steekcirkel t.o.v. hart ±0,05 mm
Diameter boutgat C 12

De overdracht van het draaimoment gebeurt door wrijvingsweerstand ( gladde flens),door spieverbindingen of door vertanding in de flensen. De vormgesloten verbindingen hebben kleinere afmetingen van de flensdiameter.

Omdat bij gladde flensen de wrijvingscoefficienten zo groot mogelijk moet zijn, moeten de flensen schoon en vetvrij zijn. De oppervlakte-ruwheid mag de 25 m m niet overschrijden.

Voor de boutverbinding moeten tenminste bouten van kwaliteit 10.9 en metalen borgingsmoeren toegepast worden. Deze moeten kruislingsgewijs met een momentsleutel gelijkmatig aangehaald worden volgens het moment in onderstaande tabel.

Bout Aanhaalmoment [Nm]
(Bouten licht geolied)
M 5
M 6
M 8
M 10
M 12
M 14
M 16
8,5
14,0
35,0
70,0
120,0
190,0
295,0

Vanwege de hoge aanhaalmomenten moeten de aansluitende flensen voldoende sterkte hebben (tenminste 700 N/mm2) .

Bij de meeste aandrijfassen kunnen de bouten vanaf de aandrijfaszijde ingebracht worden ( zie de gegevens bladen).

Alle aandrijfassen zijn met vet gevuld bij aflevering en hoeven bij eerste inbouw niet doorgesmeerd te worden. Na een langere opslagperiode is het aan te bevelen de aandrijfassen nogmaals te smeren alvorens deze in te bouwen.

Bij het spuit-lakken van de aandrijfas moet men er op letten dat het bereik waarover de afdichting glijdt, evenals de smeernippels beschermd worden tegen aflak.

Nadere informatie over inbouw, onderhoud , transport, opslag enz. vindt U in onze schriftelijke uitgave TB 486.

1.3 Transport en opslag van aandrijfassen met dubbele kruiskoppeling

Het transport en opslag moeten op een zodanige wijze worden uitgevoerd dat geen stoten en klappen op de aandrijfas en kruiskoppeling inwerken en dat de aandrijfaspijp niet beschadigd wordt. Daardoor wordt de balanceerkwaliteit slechter.

Het transport wordt uitgevoerd op deskundige wijze op pallets of in kisten. Bij het omkiepen van de aandrijfasgaffels bestaat verwondingsgevaar door verknelling. De orginele KLEIN-emballage is slechts voor verzending en kortstondig opslag bestemd. De opslag moet in een droge en voor weersinvloeden beschermde ruimte plaatsvinden.

De opslag van aandrijfassen met dubbele kruiskoppeling moet bij voorkeur horizontaal geschieden, omdat daardoor het omvallen van de assen en de daaruit voorkomende beschadigingen vooraf voorkomen worden. Aandrijfassen nooit direkt op de grond leggen, maar indien mogelijk op houten stellages opslaan. Bij langdurige opslag moeten de blanke metaaldelen op corrosie gecontroleerd worden en eventueel met een corrosie-beschermmiddel nabehandeld worden.

1.4 Inbouw van de aandrijfas met dubbele kruiskoppeling.

Voor de inbouw van de aandrijfas in de as moeten, indien aanwezig, de transportbeschermlaag of beschermkappen van de aan te drijven delen verwijderd worden.

Van de in te bouwen aandrijfas met dubbele koppeling moeten de aansluitende delen ontdaan worden van korrosie-beschermmidddel, vet en vuil.

De vertanding van de aan te drijven assen moet gecontroleerd worden op reinheid en onvolkomenheden. Zo dienen ook de Lager- en afdichtingsloopvlakken nagekeken te worden.

De inbouwsituatie en positie van de met dubbele kruiskoppeling uitgevoerde aandrijfas wordt bepaald door de voertuigafhankelijke konstruktie.

Alle aandrijfassen zijn met vet gevuld bij aflevering en hoeven bij eerste inbouw niet doorgesmeerd te worden. Na een langere opslagperiode is het aan te bevelen de aandrijfassen nogmaals door te smeren alvorens deze in te bouwen.

Bij het spuit-lakken van de kruiskoppeling van de aandrijfas moet men er op letten dat de smeernippels beschermd worden tegen aflak.

 

 naar de inhoud  volgende bladzijde
 
Eugen Klein GmbH   Gelenkwellen   Parkstraße 27-29      73734 Esslingen a.N. 
Fon +49 (0)711 3 80 05-12     Fax +49 (0)711 3 80 05-49    info@klein-gelenkwellen.de
upseits Webagentur