| Indien twee, onder een hoek ß tov elkaar staande assen, met een
kruiskoppeling worden verbonden (Figuur 9), waarbij de aandrijvende as
met konstante hoeksnelheid 1 draait, dan draait de aangedreven as met onregelmatige hoeksnelheid 2 , Dat betekent dat de verdraaide hoek 1 van de aangedreven as niet op elk ogenblik overeenkomt met de verdraaide hoek 2 van de aandrijvende as. Het verschilhoek  en daarmee de oneenparigheidsgraad u hangt af van de afbuighoek van de kruiskoppeling. Figuur 9 
De samenhang is in de volgende grafieken 10 en 13 weergegeven.
Figuur 10   Lijn A: 2 = 1 bij ß = 0° (synchroonlijn) Lijn B: 2 = f ( 1 ; voor ß ongelijk 0° ) Verschilhoek (Kardanfout)  Figuur 11   Maximale verschilverdraaihoek  Figuur 12  Oneenparigheidsgraad  Figuur 13 
|
|